De Porceleyne Fles: de geschiedenis van Royal Delft
Van de ruim dertig aardewerkfabrieken die in de zeventiende eeuw in Delft actief waren, is er nog maar één over. De Koninklijke Porceleyne Fles — tegenwoordig bekend als Royal Delft — is al meer dan 370 jaar zonder onderbreking actief (Wikipedia, 2024). Voor verzamelaars van Delfts blauw is dat een gegeven van formaat — maar het maakt de fabriek ook gewoon een bijzonder stuk Nederlandse geschiedenis.
De oprichting in 1653
In 1653 werd De Porceleyne Fles opgericht door David Anthonisz van der Pieth, aan het Oosteinde in Delft. Al na twee jaar werd de plateelbakkerij overgedragen aan Wouter van Eenhoorn en Quirinus van Kleijnoven (Royal Delft Museum, z.d.). De timing was niet toevallig. Door een burgeroorlog in China droogde de aanvoer van Chinees porselein op — en de vraag in Nederland was er niet minder om. Wie dat gat kon vullen, had een markt.
In 1697 introduceerde Johannes Knotter het beroemde flesje als merkteken — een signatuur die tot op heden wordt gebruikt (Dutch Delftware, z.d.). Het flesje verwijst direct naar de naam van de fabriek en is voor verzamelaars een van de meest herkenbare keurmerken in de Nederlandse keramiek.
Een wisselende reeks eigenaren
De twee eeuwen tussen de oprichting en de grote heropleving in 1876 waren allesbehalve rustig. De fabriek wisselde tientallen keren van eigenaar — soms door overlijden, soms door faillissement, soms door de politieke omstandigheden. Na de dood van Harlees in 1786 ging de fabriek over in handen van zijn zoon Dirck. Maar hij kon niet het hoofd boven water houden in de zware periode van de Franse Revolutie en de bezetting, en verkocht de fabriek in 1804 aan Henricus Arnoldus Piccardt. Die werd in 1849 opgevolgd door zijn dochter Geertruida Piccardt (Royal Delft Museum, z.d.).
Geertruida Piccardt is een opmerkelijke figuur in de geschiedenis van de fabriek. Een vrouw die in de negentiende eeuw een aardewerkfabriek runde — dat was zeldzaam, om het voorzichtig te zeggen. Ze slaagde erin het hoofd boven water te houden door naast aardewerk ook vuurvaste stenen te produceren (Royal Delft Museum, z.d.) — een pragmatische stap die de fabriek door een van haar moeilijkste periodes hielp. Stukken uit de Piccardt-periode zijn te herkennen aan de initialen G.P. op het merkteken.

Neergang en heropleving
De achttiende en vroege negentiende eeuw brachten moeilijke tijden voor de gehele Delftse keramiekindustrie. De Delftse industrie kreeg te maken met de ontdekking van porseleinaarde en de verspreiding van Europees porselein. In 1746 ontdekte de Engelsman Cookworthy witbakkende klei, wat een product opleverde dat in vele opzichten superieur was aan het Delftse (Royal Delft Museum, z.d.). Veel fabrieken sloten hun deuren; tegen 1840 was De Porceleyne Fles de enige overgebleven.
De echte heropleving kwam in 1876. Joost Thooft kocht de fabriek met het doel de productie van Delfts blauw nieuw leven in te blazen. Samen met Leon Senf werkte hij aan de modernisering en ontwikkelde hij het handelsmerk dat tot op heden op alle handgeschilderde Royal Delft-stukken wordt aangebracht (Royal Delft Museum, z.d.). In 1919 werd het predicaat Koninklijk verleend, als blijk van waardering voor de inspanningen die de onderneming sinds 1876 had gedaan om de naam van Delft en de keramische industrie te herstellen (Royal Delft Museum, z.d.).
Het merkteken: hoe herken je een authentiek stuk
Voor verzamelaars van antiek Delfts blauw is het merkteken op de onderkant cruciaal. Elk handgeschilderd stuk van De Porceleyne Fles heeft het bekende merkteken met het flesje, de letter F en het woord Delft. De stijl van het merkteken veranderde door de jaren heen, wat datering mogelijk maakt: vroege twintigste-eeuwse stukken hebben een ander merkteken dan naoorlogse. Stukken uit de Piccardt-periode dragen de initialen G.P. of P.C.

Eén misverstand is waard om te benoemen: ondanks de naam maakt De Porceleyne Fles geen porselein maar aardewerk. Kijk bij een beschadiging in de scherf — je ziet geen wit doorschijnend materiaal maar een iets geler, opaak aardewerk. Dat is tinglazuuraardewerk, en dat is precies wat het altijd is geweest (Wikipedia, 2024).
Op de website van Royal Delft zijn de jaarcodes en initialen van de schilders terug te vinden — handig voor wie een stuk nauwkeurig wil dateren of de schilder wil achterhalen.
Museum en fabrieksbezoek
De fabriek aan de Rotterdamseweg in Delft is nog altijd te bezoeken. Je loopt er door de werkende fabriek, ziet schilders aan het werk en volgt het proces van begin tot eind. Het museum ernaast toont de historische collectie, waaronder stukken uit de koninklijke collectie. Meer informatie via museum.royaldelft.com.

Porceleyne Fles bij D'Antan
Bij D'Antan vind je regelmatig handgeschilderde stukken van De Porceleyne Fles in onze collectie — van kannetjes en vazen tot schalen en wandborden. Bekijk onze collectie serviesgoed en porselein, onze wandborden en sierborden of kijk wat er nieuw binnen is.
Meer over de bredere geschiedenis van Delfts blauw lees je in onze blog over de geschiedenis van Delfts blauw.
Bronnenlijst
Dutch Delftware. (z.d.). De Porceleyne Fles (1653–1876). Geraadpleegd op 13 mei 2026, van https://delftsaardewerk.nl/en/ontdekken/plateelbakkerij/de-porceleyne-fles-1653-1876
Kunstbus. (z.d.). De Porceleyne Fles. Geraadpleegd op 13 mei 2026, van https://www.kunstbus.nl/design/De+Porceleyne+Fles.html
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. (z.d.). De Porceleyne Fles. Geraadpleegd op 13 mei 2026, van https://kennis.cultureelerfgoed.nl/index.php/De_Porceleyne_Fles
Royal Delft Museum. (z.d.). Historie. Geraadpleegd op 13 mei 2026, van https://museum.royaldelft.com/ontdek-de-collectie/historie/
Wikipedia. (2024). De Koninklijke Porceleyne Fles. Geraadpleegd op 13 mei 2026, van https://en.wikipedia.org/wiki/De_Koninklijke_Porceleyne_Fles